Categorieën
Nieuws & Achtergrond Wetenschap

Het gaat slecht met de Nederlandse natuurgebieden – Arjen Schreuder

Slechts 6 van de 52 beschermde ecosystemen in Nederland zijn er gunstig aan toe. Te veel stikstof is een van de belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van natuur.

Het gaat aanhoudend slecht met de natuur in Nederland. Slechts 6 van de 52 beschermde ecosystemen zijn er gunstig aan toe, zo blijkt uit recente cijfers over de periode 2013-2018. De voorlopige cijfers staan in een rapportage van Nederland aan de Europese Commissie, over de implementatie van de Habitatrichtlijn in Nederland.

Naast de 6 ‘habitattypen’ met een goede kwaliteit zijn er 6 ecosystemen die er „zeer ongunstig” aan toe zijn. Van die 6 zijn er 3 met ook nog eens een dalende trend in kwaliteit: ‘estuaria’ (riviermonding met zoet en zout water), ‘zeer zwak gebufferde vennen’ en ‘stroomdalgraslanden’. Een ander habitattype dat er zeer slecht aan toe is, ‘actieve hoogvenen’, vertoont eveneens geen vooruitgang.

„Elke Europese lidstaat is verplicht te zorgen dat er geen verslechtering optreedt van de kwaliteit van een habitattype in een Natura 2000-gebied, hoe slecht de kwaliteit ook al is”, zegt Anne Schmidt, ecoloog bij Wageningen University en rapporteur van de cijfers aan minister Carola Schouten (Natuur, ChristenUnie).

Het beste gaat het in Nederland met de habitats ‘embryonale duinen’, ‘witte duinen’ en ‘duindoornstruwelen’. Die zijn niet alleen in een goede staat, maar gaan ook in kwaliteit vooruit. Dat geldt eveneens voor ‘slikkige rivoeroevers’.

Van alle 271 beschermde vogelsoorten is de situatie van 32 soorten aan het verbeteren. Denk aan de zeearend en de kraanvogel, verschillende ganzensoorten, de grote zilverreiger, de kerkuil, de ijsvogel en drie spechtensoorten. Maar met 16 soorten gaat het juist slechter: de blauwe kiekendief, strandplevier, zomertortel, ransuil, kuifleeuwerik, grote karekiet, paapje, Europese kanarie, grauwe gors, matkop, grutto, patrijs en korhoen. Geheel verdwenen zelfs zijn duinpieper, klapekster en ortolaan.

De toestand van de natuur is cruciaal voor het stikstofdebat in Nederland. Te veel stikstof is een van de belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van de natuurgebieden. Het leidt tot een verarming van de soortenrijkdom en hindert het herstel. Er komt in Nederland jaarlijks gemiddeld ongeveer 1.600 mol stikstof per hectare in de grond terecht.

„Regionaal komen grote verschillen voor in de stikstofdepositie. In de Gelderse Vallei en de Peel komen deposities voor van circa 4.000 mol stikstof per hectare per jaar. Dat komt door de hoge lokale ammoniakuitstoot van de intensieve veehouderij”, aldus een onderzoek van Wageningen Universiteit vorige maand.

Voor de meeste habitattypen ligt de grens voor de natuur, de zogenoemde kritische depositiewaarde, volgens de onderzoekers tussen de 700 en 1.500 mol. Vooral de natuur in Gelderland, Noord-Brabant, Drenthe, Overijssel, Utrecht en Limburg moet het ontgelden. Om de natuur niet langer overmatig te belasten is volgens dit onderzoek een halvering van de emissies in alle sectoren vereist. Daarbij lijken maatregelen in de landbouw onvermijdelijk: volgens het RIVM was vorig jaar 46 procent van alle stikstof in natuurgebieden afkomstig van de landbouw. De varkens van de monniken trekken insecten aan.
Foto’s Chris Keulen

Overigens is de achteruitgang van de natuur niet alleen te wijten aan stikstof. „Ook verdroging is een belangrijke oorzaak”, stelt ecoloog Anne Schmidt. De bodem verdroogt in natuurgebieden al decennia lang, vooral als gevolg van ontwatering door landbouw. Andere oorzaken: invasieve plant- en diersoorten en het ontbreken van „natuurlijke, dynamische processen”.

Een vergelijking met Europese lidstaten is met de nieuwe cijfers nog niet mogelijk. In de vorige periode 2007-2012, scoorde Nederland het slechtst bij de kwaliteit van de habitattypen. Vermoedelijk is die positie niet veel verbeterd. „Nederland is er slecht aan toe”, zegt onderzoeker Anne Schmidt. Wel betwijfelt zij of andere landen even grondig de cijfers over de natuurkwaliteit verzamelen en rapporteren. „Enige scepsis is op haar plaats. Wij rapporteren heel gedegen. Ik weet niet of iedereen het zo netjes doet als wij.”

Categorieën
Nieuws & Achtergrond

We eten en drinken ongeveer een creditcard aan plastic per week – Paul Luttikhui

Op de tweehonderd meter tussen de uitgang van de metro en de ingang van de NRC-redactie in Amsterdam kwam ik vorige week drie lege waterflesjes tegen. Ik heb ze in een afvalbak gegooid en ze zullen waarschijnlijk op de vuilverbranding eindigen. Maar veel van dit soort flesjes komt na de nodige omzwervingen in rivieren terecht, in zeeën en oceanen, waar ze langzaam uiteenvallen in steeds kleinere stukjes. Volgens The New Plastics Economy, waarin bedrijven, wetenschappers en overheden samenwerken, bevatten oceanen rond 2050 meer plastic dan vis.

Microplastics en nanoplastics zijn intussen overal. Ze hebben iets griezeligs omdat ze grotendeels onzichtbaar zijn. Microplastics zijn 0,05 tot 5 mm groot, aldus de website van de Wageningen Universiteit, nanoplastics zijn maar liefst 1000 keer zo klein als een algencel.

Recentelijk verschenen twee studies waarin wordt geprobeerd in te schatten hoeveel van die deeltjes in het water en in de atmosfeer rondzwerven. Dat doen ze door te becijferen hoeveel wij mensen van het spul binnenkrijgen.

Canadese wetenschappers vergeleken 26 studies over plasticdeeltjes in voedingsmiddelen (variërend van vis tot suiker en bier). Het eten dat ze bekeken is samen verantwoordelijk voor zo’n 15 procent van de calorieën die een gemiddelde Amerikaan tot zich neemt. Op basis van de deeltjes die ze daarin aantroffen, becijferden ze dat een Amerikaan jaarlijks zeker 50.000 plasticdeeltjes binnenkrijgt. Het zal meer zijn, vermoedt onderzoeker Kieran Cox in de Britse krant The Guardian, want vlees, zuivel en groentes zaten er niet bij.

Is het écht slecht?

Hoe pril dit soort onderzoek is, blijkt uit een vergelijkende Australische studie in opdracht van het Wereld Natuur Fonds. Daarin wordt becijferd dat we maar liefst 5 gram plastic, dat is ongeveer één creditcard, per week consumeren.

Overigens is nog onduidelijk of het binnenkrijgen van al dat plastic ook echt slecht voor ons is. Wellicht hangt het af van het soort plastic. Is het bijvoorbeeld een verbinding met chloor? Of zijn het deeltjes die algen of bacteriën aantrekken en dan samenklonteren? Er is nog veel onderzoek nodig, maar ik zou graag het zekere voor het onzekere nemen.

Dat kan een klein beetje. In flesjeswater zitten namelijk veel meer plastic deeltjes dan in kraanwater. Wie zijn drinkwater uit flessen haalt krijgt jaarlijks zo’n 130.000 plasticdeeltjes binnen, terwijl je door kraanwater ‘slechts’ 4.000 deeltjes inneemt. Dat is eigenlijk wel terecht, gelet op de vele zwerfflesjes in Amsterdam.

Categorieën
Nieuws & Achtergrond

Een aan alle kanten stinkende affaire – Pieter Hotse Smit

Verzet tegen de mestfabriek

Mestfabrieken moeten een bijdrage leveren aan de klimaatdoelen door de productie van biogas. Helaas zijn de installaties omgeven door overlast en fraude. In Groenlo is het verzet groot tegen de komst van een mega-vergister. Maar wat moeten we dan met het mestoverschot?

De advocaat van de provincie Gelderland wil graag even iets rechtzetten voor de toehoorders in de rechtbank in Arnhem. Ze moeten niet denken dat straks de gigantische fabriek in Groenlo, die van mest biogas gaat maken, er komt voor de duurzame energie. Het belangrijkste is volgens hem dat de fabriek de Achterhoekse mest wegwerkt. ‘Zelfs als er meer energie in gaat dan eruit komt, blijft het een goed project.’

Een opmerkelijke uitspraak, want de te bouwen installatie krijgt, eenmaal draaiende, honderden miljoenen van het Rijk voor de productie van biogas, niet voor het oplossen van het mestoverschot. Geld dat komt uit de subsidiepot voor duurzame energie (SDE+). Geld dat dan niet meer naar zonnepanelen en windmolens kan. Terwijl de bijdrage van de tweehonderd mestfabrieken – met nog 85 in de planning – aan de Nederlandse energietransitie twijfelachtig is, zeggen meerdere deskundigen.

Die bijdrage van de zwaar gesubsidieerde mestvergisters aan de Nederlandse energietransitie is niet het enige pijnpunt aan de installaties. Er zijn ook zorgen over de gevolgen voor het milieu en het leefklimaat. De provincie Gelderland en het waterschap moesten zich woensdag in Arnhem verdedigen tegen de vergunningen die zij verleenden voor de mestfabriek bij het Achterhoekse stadje Groenlo.

Het moet een van de grootste co-vergisters van Nederland worden. ‘Co’ want uit zowel mest (minimaal 50 procent) als organisch restmateriaal moet groen gas ontstaan.

En dan zijn er nog de stankoverlast, de gezondheidsklachten en de congestie in de straten door de mestwagens. De lijst met bezwaren van omwonenden over mestfabrieken is groot, vraag maar aan de inwoners van het Gelderse Bemmel of het Brabantse Wanroij. Zij staan niet alleen. Begin 2010 al vroeg de toenmalige VROM-inspectie, na een aantal calamiteiten met dodelijke afloop, aandacht voor de risico’s van de installaties.

Na ‘aanhoudende fraude met afvalstoffen, misbruik van subsidies en het misbruiken van hiaten in toezicht en regelgeving’ verscheen in 2016 in opdracht van de Landelijke Milieukamer een zeer kritisch rapport over de fraudegevoeligheid van de co-vergister, die sinds de eeuwwisseling ‘in beeld kwam als bron van duurzame energie door biogas te vervaardigen’.

Illegale stoffen

Door het bijmengen van illegale stoffen, zoals slachtafval en chemische restanten uit de verfindustrie, vragen de auteurs zich af ‘in hoeverre deze sector bijdraagt aan een duurzaam bodembeheer en voedselveiligheid’, staat in het vertrouwelijke document dat NRC onlangs boven tafel kreeg.

Weinig is veranderd. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft co-vergisters nog altijd in het vizier als een van de vier belangrijkste broedplaatsen voor mestfraude. Over deze ‘in hoge mate gesubsidieerde branche’ schrijft het OM: ‘De regels zijn complex en moeilijk handhaafbaar. ‘

Vorig jaar werd voor miljoenen in beslag genomen, directeuren werden veroordeeld en er lopen nog talrijke onderzoeken. Niet alleen exploitanten, maar ook boeren, transporteurs en tussenhandelaren in de vergistingsbranche zijn betrokken.

Gezien de commotie die al jaren bestaat rond de mestfabrieken is het de vraag waarom regiobesturen, zoals nu in Groenlo, Venlo en het Zeeuwse Rilland, die dingen nog willen. En waarom het Rijk voor miljarden aan duurzaamheidssubsidies verstrekte om ze van de grond te krijgen.

Als onderdeel van een pakket maatregelen om fraude tegen te gaan, is begin dit jaar de extra financiële prikkel voor mestfabrieken weggenomen door het subsidieregime te versoberen. Maar Klimaatminister Eric Wiebes blijft voor zijn energietransitie geloven in de technologie. Eerder deze maand schreef Wiebes aan de Kamer dat de mestinstallaties belangrijk blijven ‘voor de Nederlandse hernieuwbare energiedoelen’.

Tegenstanders zien heel andere redenen voor het blijven bouwen van mestfabrieken. ‘Nederland heeft te veel vee en daardoor een mestoverschot’, zegt Johan Vollenbroek, die met zijn Mobilisation for the Environment in de Arnhemse rechtbank het woord voert in de strijd tegen de komst van de co-vergisters bij Groenlo. ‘Door die mest te verwerken hoeven regiobesturen hun veestapel niet in te krimpen. Het is een manier om de intensieve landbouw in stand te houden.’

In een schriftelijke reactie erkent wethouder Bart Porskamp van Oost-Gelre, de gemeente waar Groenlo onder valt, dat dit een rol speelt. ‘De intensieve veehouderij is een gegeven en de afvoer en verwerking van mest een belangrijk aandachtspunt, ook in de Achterhoek.’ Hij sluit zich daarmee aan bij de advocaat van de provincie Gelderland. ‘We moeten van de mest af en co-vergisters zijn een slimme manier om dat te doen.’

Het OM concludeerde vorig jaar het tegenovergestelde. Justitie meent dat de omvang van de grote veehouderij in Nederland, inclusief het mestoverschot, juist bijdraagt aan de ‘wijdvertakte fraude’ met onder meer co-vergisters. ‘Als het probleem aan de voorkant niet wordt aangepakt en het enorme mestoverschot blijft, zal er fraude blijven.’

Optimistische cijfers

In het kleine Groenlo (10 duizend inwoners) wil Rob Bongers het gesjoemel voor zijn. Hij woont hemelsbreed nog geen 1.500 meter van het terrein waar een van de grootste mestvergisters van Nederland moet verrijzen en vecht met de Stichting Megamestvergister Groenlo Nee de vergunningen aan. Met zijn technische achtergrond mag hij graag gaten schieten in de plannen van het Duitse bedrijf RMS.

‘In de aanvraag rekenen ze met veel te optimistische opbrengsten aan groen gas uit mest en bermgras’, zegt hij. ‘De provincie mag de verwachtingen nu dan temperen, het is onbegrijpelijk dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ook hier 175 miljoen euro voor apart zou gaan zetten, zoals eerder gebeurde met een aanvraag van RMS in Venlo. Terwijl dit bedrijf helemaal geen aantoonbare ervaring heeft met zo’n complexe installatie.’

Een deskundige van een onderzoeksbureau, die vanwege de gevoeligheid van de materie anoniem wil blijven, bevestigt dat ‘projecties over bermgras in co-vergisters altijd overdreven worden voor een mooie businesscase, die ze kunnen verkopen’. Hij zegt ook dat een co-vergister zoals het Duitse RMS wil bouwen geen gemakkelijke onderneming is.

Ingewikkeld procedé

‘Je hebt dure toevoegingen die samen met de mest heel goed vergisten’, zegt de onderzoeker. ‘Of je kunt heel goedkope inzetten als stro en bermgras, wat weer veel moeilijker vergist. Het komt dan neer op heel goed management. Ik heb meerdere bedrijven zien sneuvelen.’ Ook een onderzoeker van het Planbureau voor de Leefomgeving zegt: ‘Het is geen bak mest waar je gewoon even een zeiltje overheen trekt’.

Voorafgaand aan de rechtszaak is de Duitse ondernemer achter RMS, Wolf-gang Chantre, laconiek over het verzet tegen zijn project in Groenlo. ‘Omwonenden zijn helemaal niet tegen’, zegt hij. ‘Er is alleen verzet van wat actiegroepen.’ Over zijn ervaringen als mestverwerker verwijst hij naar projecten in Duitsland en België, waarin hij zou participeren met andere ondernemingen.

Omwonende en actiegroep-lid Bongers grijnst hoofdschudden bij zo’n reactie, maar vreest voor de dag dat RMS daadwerkelijk de deuren in Groenlo mag openen. ‘De schaalgrootte op deze plek, kan gewoon niet’, zegt hij. ‘Dit valt onder de noemer chemische industrie. En honderden vrachtwagenbewegingen per dag pal naast een klein stadje, dat is totaal onverantwoord.’ De gemeente en de provincie laten het volgens hem allemaal gebeuren voor een handjevol arbeidsplaatsen op 10 hectare grond.

Wethouder Porskamp laat weten dat de gemeente bij de provincie, de vergunningverlener, steeds aandacht heeft gevraagd voor aspecten als geur, veiligheid, gezondheid en vervoersbewegingen. ‘Wij hebben de overtuiging dat de toetsing zorgvuldig is gedaan en hebben daarom op de ontwerpvergunning geen zienswijze ingediend.’ Volgens de wethouder zijn er voldoende voorwaarden verbonden aan de co-vergister van RMS.

Dit mag zo zijn, de voorzitter van de rechtbank in Arnhem zag woensdag de nodige ‘hobbels bij alle verleende vergunningen’. Zo bleven vragen onbeantwoord door het Waterschap over het ontbreken van emissienormen voor antibiotica en bestrijdingsmiddelen in de waterwetvergunning. Ook de natuurbeschermingsvergunning en de duurzame energieopbrengst riepen veel vragen op.

‘Het is toch geen nieuwe techniek?’, wilde de rechtbankvoorzitter weten. ‘Hoe komt het dan dat u nog geen inzicht heeft in de energieopbrengst?’ En had er, onder meer vanwege de door RMS naar boven bijgestelde hogere stikstofuitstoot, niet sowieso een allesomvattende milieueffectrapportage (MER) gemaakt moeten worden?

Geblunder

Binnen zes weken komt de rechtbank met uitsluitsel. Vollenbroek van Mobilisation for the Environment heeft er het volste vertrouwen in dat de vergunningen zullen sneuvelen. ‘Wat een geblunder van de provincie en het Waterschap’, zegt hij opgewekt als hij de rechtszaal uitloopt. Maar hij weet net als Bongers, die sinds 2015 strijdt tegen de co-vergister bij zijn huis, dat ook dan het einde nog niet in zicht is. ‘Het is met vergunningen helaas net als met een rijbewijs: je kunt almaar zakken, maar je mag het net zo vaak blijven proberen tot je het haalt.’

“We importeren voer, exporteren varkens en houden de rommel hier.”

Voormalig landbouwminister Cees Veerman over de varkenssector.