Categorieën
Columns & Opinie Mensen Wetenschap

‘Misschien zeggen we straks wel tegen elkaar: ik ga even in de coronastand’ – Interview Witte Hoogendijk

Natuurlijk brengt de coronacrisis onzekerheid en stress met zich mee. Maar psychiater Witte Hoogendijk ziet ook positieve effecten op de psyche. Want is het stiekem niet heerlijk, zo’n lege agenda?

Een tijdje geleden, het woord ‘corona’ werd nog vooral geassocieerd met bier, zat psychiater Witte Hoogendijk het archief van zijn twee jaar geleden overleden moeder uit te pluizen. ‘We lazen de brieven die ze schreef toen ze zat ondergedoken en waren verrast door de hoeveelheid heel normale dingen die daarin voorkwamen. Niemand weet hoe de komende weken en maanden eruit gaan zien, maar mensen zijn geneigd zo veel mogelijk het gewone leven te volgen, onder alle omstandigheden, ook als ze beperkte bewegingsvrijheid hebben.’

Witte Hoogendijk (1960) is hoofd van de afdeling psychiatrie bij het Erasmus MC in Rotterdam en gespecialiseerd in depressie. Op zijn kaartje staat prof. dr. W.J.G. Hoogendijk, maar ik mag Witte zeggen want we hebben samen twee boeken over de evolutionaire achtergrond van stress geschreven. We spreken elkaar telefonisch over de lessen die deze tijd ons mogelijk leert – en uiteraard over de stress die de coronacrisis teweegbrengt.

Om met dat laatste te beginnen: of je nu wel of geen last hebt van coronastress, het is in alle gevallen verstandig te stoppen met het lezen van de oeverloze stroom aan berichten die via sociale media over de wereld wordt uitgestort. Witte Hoogendijk: ‘Die vormen een stressor van jewelste, eentje waar we niet op gebouwd zijn. Problematisch is niet alleen de veelheid van de berichten, maar ook het feit dat ze ongecontroleerd zijn en je geen idee hebt wat ervan klopt. Intussen zetten ze je stressresponssysteem wel non-stop op scherp, je blijft continu alert en gespannen. Daar worden mensen op den duur horendol van.’

Maar soms lees je er toch ook wel iets zinnigs?

‘Natuurlijk. Alleen is het lastig dat in alle berichtgeving over corona geen goed onderscheid wordt gemaakt tussen epidemiologische data en casuïstiek. Als je naar de epidemiologische data kijkt, gebouwd op 100 duizend bevestigde coronapatiënten, kun je concluderen dat verreweg de meeste mensen die aan corona overlijden ouderen zijn of mensen met een lichamelijke kwetsbaarheid. Die specifieke groepen moeten dus in quarantaine blijven.

‘Voor de jongeren die aan de bedden staan zouden die epidemiologische data een geruststelling kunnen zijn. Alleen worden ze voortdurend geconfronteerd met gevalsbeschrijvingen die ‘viraal’ gaan en waarin uitgebreid beschreven wordt dat een Zuid-Koreaan de ziekte heeft overgedragen terwijl hij geen symptomen had, niet eens lichte keelpijn. En dat leidt tot paniek. Je kunt de hoeveelheid berichtgeving die je tot je neemt het best doseren – twee keer per dag – en je daarbij beperken tot de officiële bronnen, dan mis je heus niks. Ik kijk alleen naar de site van het RIVM en het NOS Journaal.’

Welke lessen leert deze tijd ons over onze psyche? Wat kunnen we ervan ‘meenemen’?

‘De eerste les lijkt me dat we minder rauwe gordeldieren dan wel besmette vleermuizen afkomstig van Chinese markten moeten eten. De tweede heeft te maken met hoe we onze dagen vullen. Wat ik veel om me heen hoor – en ook duidelijk bij mezelf bemerk – is dat mensen een enorm gevoel van opluchting ervaren bij alle dingen die nu worden afgezegd. Niet alleen op het werk, ook privé. Opeens besef je in wat voor tredmolen je normaal gesproken zit, als elke minuut van de dag wordt volgeplempt met van alles en nog wat.

‘Les drie is het gemak waarmee dingen afgezegd blijken te kunnen worden. Het gaat gewoon niet door! De belangrijkste interventie bij overspanning en burn-out is het leegmaken van de agenda, wat altijd moeilijk wordt gevonden, want alles is belangrijk. Maar de situatie van vandaag leert ons dat het gewoon kan door het te doen.’

Als straks alles weer normaal is, krijg je de rust van nu misschien als een boemerang terug, ook omdat er van alles moet worden ingehaald.

‘Ik weet niet of er zo’n enorm inhaaleffect zal zijn. Ik denk dat veel mensen de relatieve rust ook wel fijn vinden en daarom best een beetje bij zich kunnen houden – hoewel dat vermoedelijk net zo moeilijk is als het vasthouden van het vakantiegevoel. Maar je moet het wel proberen. Je ervaart nu dat het kan. Misschien zeggen we straks tegen elkaar: ik ga even in de coronastand.’

Zie je nog meer dingen die we moeten zien vast te houden?

‘De flexibiliteit. Bij allerlei oplossingen worden nu een heleboel stappen overgeslagen. Je weet elkaar snel te vinden, de lijntjes zijn kort; je ziet opeens hoe nodeloos procedureel en bureaucratisch we in het normale leven zijn. Verder de solidariteit die je om je heen ziet, een prettig soort wij-gevoel. Dat mag ook wel even voortduren.’

Heeft Rutger Bregman dan toch gelijk dat de meeste mensen deugen? Blijken we eigenlijk heel lief en goed en aardig…

‘Nee, dat denk ik niet, helaas. Je ziet nu veel altruïsme, maar zodra schaarste om de hoek komt kijken, wordt alles anders. Nu al zie je een milde vorm van egoïstisch gedrag in de vorm van hamsteren. Als die schaarste toeneemt, wordt de mens snel het beest dat hij onder zijn vernisje van sociaal gewenst gedrag is. Je hoeft alleen maar naar de mondkapjesschaarste te kijken. Onze mensen stuiten op boeven en oplichters die woekerprijzen vragen. Je kunt in deze crisis alles verwachten. Ik denk dat het een goeie testcase is voor onze samenleving hoelang we dit altruïstische gedrag overeind kunnen houden. We zullen ons heus niet allemaal als beesten gaan gedragen, maar sommigen van ons wel, dat weten we uit het verleden – en de mens is in de afgelopen decennia natuurlijk niet wezenlijk veranderd.’

Zie je dat bepaalde menstypen zich nu gemakkelijker staande houden dan andere?

‘Over het algemeen geldt dat hoe rationeler je bent, hoe beter het je afgaat. Want als je alle scenario’s goed bekijkt, kun je concluderen dat voor bijvoorbeeld een zorgverlener het risico om te overlijden aan een corona-infectie erg laag is. In het nieuws heet het dat de zorg een hoog-risicoberoep is, maar dan moet je wel bedenken dat er in de zorg veel meer wordt getest. Uit genetisch stamboomonderzoek naar het virus in het Erasmus MC blijkt dat onze besmette medewerkers het tot nu toe allemaal buiten het ziekenhuis hebben opgelopen. Rationeel blijven, dus.

‘Ook je emoties kun je op die manier te lijf gaan. Concrete angst, bijvoorbeeld voor een hoester, is prima: die maakt dat je opzijstapt. Abstractere angst, bijvoorbeeld voor wat er in de toekomst zou kunnen gaan gebeuren, kun je relativeren. De toekomst is per definitie abstract want de factor ‘tijd’ zit erin, en tijd is een abstractie. Bedenk dat het normaal is om dat soort angstgevoelens te hebben, maar besef ook dat je aan abstracte, niet tastbare zaken niets kunt doen.’

Veel mensen ervaren een gevoel van verlies van controle.

‘Ja, je stuit hier op de existentiële angst, de achtergrondangst die we elke dag allemaal onbewust hebben en waarbij we niet steeds stilstaan: dat we kunnen sterven. Onder normale omstandigheden popt die af en toe op, bijvoorbeeld bij begrafenissen; mensen moeten vaak huilen omdat ze zich inbeelden hoe het is als zíj daar liggen, of een dierbare. Maar nu slaat die existentiële angst keihard toe en hij gaat ook niet weg, hij blijft om ons heen spoken.

‘Het is om te beginnen belangrijk te erkennen dat dergelijke emoties normaal zijn. Vervolgens kun je de ratio erbij halen om te bedenken dat de kans dat je doodziek wordt hoe dan ook klein is – en áls je doodziek wordt, is er altijd nog de intensive care. Blijf je toch tobben, doe dan een gedachtenstop. Je moet daarvoor een alternatieve gedachte paraat hebben. Eerst ga je hardop piekeren, dan zeg je ‘stop’ en breng je die andere gedachte erin. Let ook op de psychologische hygiëne tegenover huisgenoten en collega’s: praat elkaar niet de put in. Zoek afleiding, ga naar buiten, verzin leuke dingen.’

We passen ons tot dusver gemakkelijk aan.

‘Mensen zijn heel adaptief. Mijn opa zat in de Tweede Wereldoorlog gevangen en ging schaakstukken maken van papier-maché. Daar heeft hij maanden in zijn eentje mee geschaakt. Overigens zijn de veranderingen die we nu om ons heen zien niet fundamenteel. We blijven communiceren, om maar wat te noemen. Voedsel is geen issue en dat wordt het vermoedelijk ook niet. Op het vlak van de primaire levensbehoeften gaat alles gewoon door.’

Belanden mensen tijdens crises als deze sneller in een depressie of psychose dan normaal?

‘Nee, eerder het tegenovergestelde. Ik heb het idee dat bij veel patiënten nu vooral een gezond deel van hun psyche wordt aangesproken, doordat er opeens concreet iets aan de hand is. Maar als de ambulante zorgverlening komt stil te vallen, zouden patiënten kunnen terugvallen of ontregelen.’

En lichtere klachten als burn-out en overspannenheid? Lopen die ook terug als er echt iets aan de hand is?

‘Te lang alert zijn kan tot gevoelens van overspannenheid leiden, dat weet iedereen die een bepaalde periode heel lange dagen maakt; je krijgt een kort lontje. Maar als het gaat om burn-outklachten die op een milde depressie lijken, met daarnaast gevoelens van uitputting en een sluimerende onvrede, waarvan vooral veel jongeren last hebben, zou het best kunnen dat we een afname gaan zien.’

Omdat mensen opeens veel minder moeten: niet meer elke ochtend vroeg uit bed, niet de hele dag hoeven presteren, geen slopende feesten meer.

‘Precies, het aantal stressoren neemt af. Als je ziet wat er allemaal wordt afgezegd, echt ongelooflijk. En dan hebben we nog niet eens een lockdown.’

Zieke mensen zeggen dat er iets troostends uitgaat van de wetenschap dat iederéén nu thuiszit.

‘Het fenomeen van fear of missing out, dat normaal enorm wordt aangewakkerd door sociale media met alle opgeklopte verwachtingen en beelden die daar geschetst worden, valt weg. De situatie is nu voor iedereen gelijk. Je mag alleen hopen dat mensen niet op sociale media gaan opscheppen over hoe fantástisch ze het thuis hebben, want dan ben je terug bij af.’

Hoe vind je dat we in Nederland over het algemeen met de coronacrisis omgaan?

‘Goed. Met veel gevoel voor humor, ik krijg het ene lollige appje na het andere. Dat is niet alleen grappig, maar breekt ook de spanning. Heel lang doodserieus zijn houd je ten eerste niet vol, en is ten tweede niet gezond. Rutte doet het ook goed, deze situatie leent zicht voor directief leiderschap: vasthouden aan genomen besluiten, totdat je ze door veranderende omstandigheden moet bijstellen.’

Een arts gooit doorgaans meteen het slechte nieuws erin. Maar onze regering bouwt het langzaam op. Is dat verstandig?

‘Toch wel, omdat dit een ongekende situatie is; men wéét ook niet hoe de ontwikkelingen zijn. Dus ik vind het wel verstandig dat ze steeds zeggen dat er verschillende scenario’s openliggen, dat het best kan zijn dat we volgende stappen moeten zetten, maar nu nog even niet.’

Deze tijd heeft wel een back-to-basicskarakter.

‘Je raakt meer doordrongen van waar het in het leven eigenlijk om gaat. Ook dat is iets om vast te houden. Net als de effecten van deze periode op het klimaat: de lucht klaart op, in Venetië zwemmen weer vissen in het kanaal. In die zin is deze coronacrisis een wake-upcall. Dat is hét experiment of nature dat nu is gedaan. Kunnen we dingen veranderen? Ja dus.’

Categorieën
Nieuws & Achtergrond Wetenschap

Het gaat slecht met de Nederlandse natuurgebieden – Arjen Schreuder

Slechts 6 van de 52 beschermde ecosystemen in Nederland zijn er gunstig aan toe. Te veel stikstof is een van de belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van natuur.

Het gaat aanhoudend slecht met de natuur in Nederland. Slechts 6 van de 52 beschermde ecosystemen zijn er gunstig aan toe, zo blijkt uit recente cijfers over de periode 2013-2018. De voorlopige cijfers staan in een rapportage van Nederland aan de Europese Commissie, over de implementatie van de Habitatrichtlijn in Nederland.

Naast de 6 ‘habitattypen’ met een goede kwaliteit zijn er 6 ecosystemen die er „zeer ongunstig” aan toe zijn. Van die 6 zijn er 3 met ook nog eens een dalende trend in kwaliteit: ‘estuaria’ (riviermonding met zoet en zout water), ‘zeer zwak gebufferde vennen’ en ‘stroomdalgraslanden’. Een ander habitattype dat er zeer slecht aan toe is, ‘actieve hoogvenen’, vertoont eveneens geen vooruitgang.

„Elke Europese lidstaat is verplicht te zorgen dat er geen verslechtering optreedt van de kwaliteit van een habitattype in een Natura 2000-gebied, hoe slecht de kwaliteit ook al is”, zegt Anne Schmidt, ecoloog bij Wageningen University en rapporteur van de cijfers aan minister Carola Schouten (Natuur, ChristenUnie).

Het beste gaat het in Nederland met de habitats ‘embryonale duinen’, ‘witte duinen’ en ‘duindoornstruwelen’. Die zijn niet alleen in een goede staat, maar gaan ook in kwaliteit vooruit. Dat geldt eveneens voor ‘slikkige rivoeroevers’.

Van alle 271 beschermde vogelsoorten is de situatie van 32 soorten aan het verbeteren. Denk aan de zeearend en de kraanvogel, verschillende ganzensoorten, de grote zilverreiger, de kerkuil, de ijsvogel en drie spechtensoorten. Maar met 16 soorten gaat het juist slechter: de blauwe kiekendief, strandplevier, zomertortel, ransuil, kuifleeuwerik, grote karekiet, paapje, Europese kanarie, grauwe gors, matkop, grutto, patrijs en korhoen. Geheel verdwenen zelfs zijn duinpieper, klapekster en ortolaan.

De toestand van de natuur is cruciaal voor het stikstofdebat in Nederland. Te veel stikstof is een van de belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van de natuurgebieden. Het leidt tot een verarming van de soortenrijkdom en hindert het herstel. Er komt in Nederland jaarlijks gemiddeld ongeveer 1.600 mol stikstof per hectare in de grond terecht.

„Regionaal komen grote verschillen voor in de stikstofdepositie. In de Gelderse Vallei en de Peel komen deposities voor van circa 4.000 mol stikstof per hectare per jaar. Dat komt door de hoge lokale ammoniakuitstoot van de intensieve veehouderij”, aldus een onderzoek van Wageningen Universiteit vorige maand.

Voor de meeste habitattypen ligt de grens voor de natuur, de zogenoemde kritische depositiewaarde, volgens de onderzoekers tussen de 700 en 1.500 mol. Vooral de natuur in Gelderland, Noord-Brabant, Drenthe, Overijssel, Utrecht en Limburg moet het ontgelden. Om de natuur niet langer overmatig te belasten is volgens dit onderzoek een halvering van de emissies in alle sectoren vereist. Daarbij lijken maatregelen in de landbouw onvermijdelijk: volgens het RIVM was vorig jaar 46 procent van alle stikstof in natuurgebieden afkomstig van de landbouw. De varkens van de monniken trekken insecten aan.
Foto’s Chris Keulen

Overigens is de achteruitgang van de natuur niet alleen te wijten aan stikstof. „Ook verdroging is een belangrijke oorzaak”, stelt ecoloog Anne Schmidt. De bodem verdroogt in natuurgebieden al decennia lang, vooral als gevolg van ontwatering door landbouw. Andere oorzaken: invasieve plant- en diersoorten en het ontbreken van „natuurlijke, dynamische processen”.

Een vergelijking met Europese lidstaten is met de nieuwe cijfers nog niet mogelijk. In de vorige periode 2007-2012, scoorde Nederland het slechtst bij de kwaliteit van de habitattypen. Vermoedelijk is die positie niet veel verbeterd. „Nederland is er slecht aan toe”, zegt onderzoeker Anne Schmidt. Wel betwijfelt zij of andere landen even grondig de cijfers over de natuurkwaliteit verzamelen en rapporteren. „Enige scepsis is op haar plaats. Wij rapporteren heel gedegen. Ik weet niet of iedereen het zo netjes doet als wij.”