Categorieën
Boeken

Trouwen – Socrates

“Trouw hoe dan ook, als je een goede vrouw krijgt, word je gelukkig; als je een slechte vrouw krijgt, word je filosoof.”

Categorieën
Columns & Opinie

Onschuldige bomen – Bert Wagendorp

Bomen, kunnen we in alle objectiviteit vaststellen, lopen niet tegen auto’s aan, auto’s rijden wel tegen bomen. Toch krijgen, vanwege de verkeersveiligheid, 343 zomereiken langs de N319 tussen Groenlo en Ruurlo binnenkort de kettingzaag in de flank. Ze moeten om, zodat er niemand meer tegenaan kan rijden.

In het stuk dat Mac van Dinther in de Volkskrant over de kwestie schreef, stond het prachtige woord ‘bladertunnel’. De bladertunnel is de eerste associatie die ik met de Achterhoek heb: een weg en bomen waarvan het bladerdek zich verenigt met dat van de bomen aan de overkant. Het heeft iets beschermends, zo’n groene tunnel waar het zonlicht doorheen prikt. Ze zijn er nog wel, in de Achterhoek en elders, maar ze worden schaars. Auto’s worden breder en de weg blijft even smal: kappen voor een extra strook asfalt.

Ooit muntte kunstenaar Armando het begrip ‘schuldig landschap’: het landschap dat getuige is geweest van verschrikkelijke voorvallen. Als je maar goed genoeg zoekt en ver genoeg teruggaat in de tijd bestaan er in Nederland geen ónschuldige landschappen – Armando beperkte zich tot de landschappen van de Tweede Wereldoorlog. Het ‘schuldige landschap’ is een absurde gedachte, een grappige maar bezopen kunstenaarskronkel – ik heb de berg Ventoux nooit verantwoordelijk gehouden voor de dood van tientallen fietsers. Maar in de discussie over de bomen langs de N319 duikt opeens de ‘schuldige boom’ op. Iemand rijdt zich te pletter tegen een boom en voor straf krijgt die ook de dood aangezegd: had hij daar maar niet moeten gaan staan. Zijn buren worden ook preventief geruimd, we weten waartoe ze in staat zijn.

Ik bekijk bomen meer als getuigen dan als daders. De bomen tussen Groenlo en Ruurlo, sommige anderhalve eeuw oud, hebben mij, mijn vader, grootvader en overgrootvader nog zien langskomen. Bomen zijn deel van het geheugen van een landschap. Je moet ze koesteren in plaats van er biomassa van te maken. Bovendien ruimen ze CO2 op, dat weten ze zelfs bij Shell.

Het gaat hier over waarden. Verkeersveiligheid is er zoeen. Wanneer je de rapporten en nota’s van het ministerie van Infrastructuur en Milieu doorworstelt, valt op dat verkeersveiligheid veruit de belangrijkste waarde is, met verkeersdoden als belangrijk argument. Gevolg is wel dat andere waarden – schoonheid, historie – er niet meer toe lijken te doen.

Het besluit van de provincie Gelderland om te gaan kappen – en de besluiten van al die andere kapgeile provincies – is werk van technocraten. Ik snap hun goede bedoelingen maar de technocraat heeft doorgaans weinig op met culturele, historische en esthetische waarden. Die staan in de weg – letterlijk, in dit geval. De gevolgen zie je in heel Nederland: het enige land ter wereld waar geen vierkante meter meer bestaat die níet is gepland, een strak en efficiënt land waarin je boom mag zijn mits in het bezit van een vergunning. Het streven is een land waar je snel en veilig van A naar B kunt rijden. Dat het karakter van dat land intussen wordt aangetast doet niet terzake, karakter past niet in ruimtelijke nota’s en verkeersveiligheidsstatistieken. Het hoort bij Nederland, waar we in het vooruitgangsstreven tamelijk respectloos omgaan met onze leefomgeving. Niet alleen met bomen, maar ook met gebouwen en hele landschappen. Het verschil tussen vooruitgang en vernielzucht is vaak moeilijk waar te nemen.

Dat de burger daartegen in opstand komt is goed. Het is nodig bestuurders voortdurend te wijzen op hun oogkleppen. Plannen kunnen er op de tekentafel fantastisch uitzien, maar in de werkelijkheid uitlopen op kaalslag en het negeren van waarden die ook van belang zijn. Je kunt in de bladertunnel, net als in echte tunnels, ook snelheidscamera’s ophangen, je kunt verkeersdrempels maken of de hele weg afsluiten voor autoverkeer en er een fietspad van maken. We moeten anders gaan denken, en niet blijven steken in de voordehandliggende oplossingen van dertig jaar geleden, willen we dit kwetsbare land niet naar de ratsmodee helpen en omvormen tot een keurig verkeersparadijs.

Die bomen staan er prima en doen geen vlieg kwaad. Laat ze staan, verdomme.

Categorieën
Columns & Opinie

Shared dining – Hiske Versprille

Laat ik positief beginnen: we leven in gouden restauranttijden. Het stikt in alle prijsklassen in toenemende mate van de goede zaken met keukens uit alle windstreken. Onder chefs heerst een soort fris, progressief enthousiasme, mede ingegeven doordat er een aanbod aan ingrediënten voorradig is van een kwaliteit en diversiteit zoals die beslist nooit eerder heeft bestaan.

Dat gezegd hebbende is er ook een hoeveelheid culinaire onzin in omloop waar de hipsters geen ceviche van lusten. Al die weelde in aanbod lijkt hier en daar tot paniekerige onrust te leiden bij restaurateurs. Begrijpelijk: gasten zijn verwend, mondig en wispelturig terwijl goed personeel schaars is. In de moordende concurrentie worden restaurantideeën gelanceerd die knellen als een te kleine schoen. U weet meteen dat u er zo één te pakken hebt, als er aan het begin van de avond een ober (m/v) aan tafel komt die u veelbetekenend aankijkt en dan zegt: ‘Bent u bekend met ons concept?’

Ik gok dan altijd hoopvol: ‘Eh, jullie brengen mij eten, en dat peuzel ik dan lekker op? Dat concept?’ Helaas: meestal blijkt het een variatie op het uiterst irritante ‘shared dining’-thema. Met de hele tafel uit dezelfde pan of schaal opscheppen is niets nieuws, kan iedereen u vertellen die wel eens op een plek heeft gegeten die geen restaurant was. Maar deze jeuktrend, die een aantal jaar welig tiert, doet net alsof dat iets heel bijzonders is. Vaak worden er ook nog eens allerlei wereldverbeterende en/of liefdesbevorderende krachten aan dat delen toegedicht. ‘Sharing = caring’ staat dan op de menukaart, of ‘share your food, share your experience’ alsof je in restaurants waar je gewoon je eigen bord krijgt van je tafelgenoten bent afgescheiden met geluiddichte schotten.

Vaak wordt dat delen van gerechtjes bovendien als excuus gebruikt om gerechten kleiner dan een voorgerecht te verkopen voor de prijs van een tussengerecht. Als er 14 euro wordt gevraagd voor drie fliebers vis die je vervolgens met zijn vieren moet delen, dan getuigt dat wat mij betreft van weinig ‘caring’ voor de gast. En noem me een hebberd, maar ik vind het ook gewoon irritant als iemand van rechtswege de helft van mijn voorgerecht opeist.

De beste restaurants zijn, van haute tot laag, gestut op vier pijlers: welwillendheid, zorgvuldigheid, vakmanschap en smaak. Hoe je die vier dingen tot uiting brengt op de borden, in de glazen of in de manier waarop het menu is ingedeeld – daar heeft de restaurateur alle vrijheid in, en die strategie mag je wat mij betreft best het concept noemen. Maar zodra een concept wordt gezien als iets dwingends waarvoor één of meer van die pijlers moeten wijken, gaat het mis. Goede concepten zijn ‘net als goede service’ geruisloos. Het enige dat je er van merkt, is dat je, bijna moeiteloos, een hele fijne avond hebt.

Categorieën
Werk

Met deze 6 tips houd je je inbox in bedwang: Urgente e-mails bestaan niet – Jennie Barbier

De enorme hoeveelheid e-mails waar we dagelijks mee bestookt worden, zorgt bij veel mensen voor stress en onwelkome afleiding. Maar ermee stoppen? Dat is eigenlijk geen optie. Met deze tips krijg je die overstromende inbox weer onder controle.

Van alle verslavende techproducten die de moderne tijd heeft voortgebracht, steekt er één met kop en schouders boven uit. En nee, dat is niet Facebook of Instagram, maar hét oorspronkelijke sociale medium: e-mail. Een product ‘dat niemand leuk vindt, maar we kunnen niet ophouden het te gebruiken’, zoals Nir Eyal, auteur van Hooked: hoe je mensen ‘verslaafd’ maakt aan je product, het eerder dit jaar verwoordde in een interview met de Volkskrant.

‘E-mail heeft echt alles om je te bedwelmen en gaat voorlopig niet verdwijnen’, aldus Eyal. ‘Vooral de variabele beloning ervan: wat staat er in mijn inbox? Soms is het goed nieuws, soms slecht. Wie heeft me gemaild, wat staat erin? En het voelt productief, ook al is het dat niet. Het vóélt alsof je iets nuttigs aan het doen bent.’

Anno 2018 worden er zo’n 281 miljard e-mails per dag verzonden tussen 3,8 miljard gebruikers, becijferde het Amerikaanse onderzoeksbureau Radicati. En beide aantallen zullen blijven groeien. Je kunt je Facebookaccount verwijderen, WhatsApp van je smartphone gooien of een oude Nokia aanschaffen die je in één keer van alle mobiele internetfratsen verlost, maar stoppen met e-mail? Dat doet eigenlijk niemand. Deelnemen aan het internetverkeer is een stuk lastiger zonder digitaal postadres en op zakelijk gebied is het nog altijd de belangrijkste vorm van communicatie.

Ondertussen hebben de afgelopen jaren verschillende onderzoeken uitgewezen dat de constante stroom e-mails zorgt voor stress en afleiding. Vooral op de werkvloer is het voortdurend gestoord worden door binnenkomende berichten slecht voor de productiviteit. En een makkelijke uitvlucht tijdens een saaie klus: mails lezen en beantwoorden hoort immers óók bij werk, dus in zoverre het een afleiding is, is het er tenminste een die je kunt verantwoorden. Toch zul je aan het eind van de werkdag met een onvoldaan gevoel huiswaarts keren, jezelf afvragend wat je nou eigenlijk hebt gedaan die dag. Om ‘s avonds na het eten tóch nog even je mail te checken.

Dat moet anders kunnen. Met hulp van Richard Wolfe, oprichter van Email Handyman, en spreker en trainer Jelle Drijver, die cursussen slimmer werken organiseert, leren we je het e-mailmonster temmen met onderstaande tips.

1. Zet je meldingen uit

Als bij elke binnenkomende mail nog een deuntje klinkt, doe dan jezelf – en je nabije collega’s – een plezier en zet het uit. En die desktopnotificaties die onderin je scherm verschijnen ook, eigenlijk alle meldingen die je attenderen op binnenkomende mail.

‘Er is een cultuur rondom e-mailen ontstaan, waarin we ons bijna verplicht voelen direct te reageren’, zegt Richard Wolfe. Terwijl het medium meestal juist wordt gebruikt voor minder dringende communicatie. Uit dus, die meldingen – ook op je telefoon. Ga in plaats daarvan een paar keer per dag, als het kan op vaste momenten, door je inbox. Toch bang dat je iets urgents mist? Daar is Wolfe duidelijk over: ‘Urgente e-mails bestaan niet. Als het een spoedgeval is, bellen ze wel.’

In de meeste mailprogramma’s kun je trouwens instellen dat je van geselecteerde adressen wel een notificatie ontvangt, mocht je op een heel belangrijke mail wachten. Met een app als Pushover kun je op je smartphone hetzelfde doen. Of je kunt de afzender vragen om je een ouderwetse sms te sturen zodra de mail verstuurd is.

2. Zorg altijd voor een lege inbox

‘Een lege inbox is een leeg hoofd’, zegt Jelle Drijver. Geen toeval dat vrijwel alle e-mail-opruimmethodes werken met het zero-inboxbeleid. Het idee is dat je inbox alleen nog fungeert als verzamelplek voor binnenkomende, ongelezen mails en dat gelezen berichten netjes worden opgeruimd.

Veel mensen werken vanuit hun inbox, legt Wolfe uit. Logisch: daar vind je in één oogopslag al je projecten, uitstaande vragen, notulen, opdrachten en contacten bij elkaar. Maar met tientallen binnenkomende mails per dag stapelt de post zich op en kun je, net als in een overvolle kledingkast, al gauw niet meer zien wat er onder die bovenste stapel schuilgaat. Weg oogopslag.

Een uitpuilende inbox, zegt Wolfe, is ‘alsof je je bureau op een druk schoolplein hebt staan’. ‘Hier gebeurt wat, daar roepen mensen naar je en hé, is het al tijd om naar binnen te gaan? Zo kun je niet werken. Een lege inbox zorgt voor rust, zodat je je op je echte taken kunt focussen.

3. Sorteer je mails op taken

Oké, een lege inbox dus, maar wat doe je dan met je berichten? Afhankelijk van welke e-mailgoeroe je raadpleegt, luidt het advies je mails te sorteren in drie, vier of vijf mappen gebaseerd op de taak die eraan verbonden is. Moet je nog iets met deze mail, ja of nee? En moet dat op korte of lange termijn?

Wolfe werkt in zijn trainingen met vier mappen: ‘doen deze week’, ‘later/misschien’, ‘wachten op’ en ‘bewaren’. Bevat het bericht een vraag of verzoek dat je binnen twee minuten kunt afhandelen, dan doe je het meteen. Ja, de vergadering vrijdag gaat door; nee, ik ga niet mee met het bedrijfsuitje discobowlen. Als er meer tijd in gaat zitten, verplaats je de mail naar ‘doen deze week’, waar al je taken op een rij staan en je makkelijker prioriteiten kunt aanbrengen. Is het niet urgent, maar wil je er in de toekomst nog eens aan herinnerd worden, dan vindt het bericht een plek in ‘later/misschien’. En moet je eerst een actie van een ander afwachten, dan hoort het thuis in, je raadt het al, ‘wachten op’. Wat je hebt afgehandeld verplaats je naar de map ‘bewaren’ of naar je archief, en wat niet relevant is en geen belangrijke informatie bevat mag in de prullenbak.

Maar wat nou als je inbox op moment van aanvang meer dan vierduizend mails telt, zoals bij ondergetekende het geval was? Dan pas je wat Wolfe de ‘terug van vakantie’-aanpak noemt toe. Begin bovenaan, bij de meest recente mail, en werk de stapel door totdat je merkt dat je alleen nog aan het archiveren of verwijderen bent. Op dat punt ben je meestal al enkele weken in je mailhistorie afgedaald, dus de kans dat er nog urgente zaken tussen staan is niet zo groot – en anders ben je daar toch al te laat mee. Selecteer alle overgebleven mails en kieper de hele bups zó je archief in. Voilà: een lege inbox.

Nog sneller met sneltoetsen

‘Speedmailen’, heet de methode van Richard Wolfe en een belangrijke tip is dan ook om gebruik te maken van sneltoetsen. Waar die allemaal verstopt zitten, vind je door het vraagteken in te toetsen (oftewel shift + /). Heb je het een beetje onder de knie, dan kun je van mail naar mail springen, antwoorden verzenden en alles naar de juiste mapjes verplaatsen zonder je vingers van het toetsenbord te halen.

4. Pile, don’t file

Word je nerveus van het idee dat al je oude mailwisselingen, ongeacht onderwerp of afzender, in het archief op één grote hoop terechtkomen? Nergens voor nodig. De zoekfunctie van mailprogramma’s als Outlook en Gmail is tegenwoordig zo geavanceerd dat alles met de juiste termen terug te vinden is. Zelfs bijlagen worden doorzocht op steekwoorden.

‘Pile, don’t file’, is dan ook het adagium van Jelle Drijver; stapelen in plaats van sorteren. Het maken van e-mailmapjes op basis van onderwerp, bijvoorbeeld projecten of klanten, is ‘zonde van je tijd’, vindt Drijver. ‘Steek die tijd liever in het verbeteren van je zoekvaardigheden.’ Wie zweert bij zijn zorgvuldig gesorteerde themamappen moet zich afvragen hoe vaak die daadwerkelijk geopend worden om mails in terug te vinden. Is dat regelmatig, dan laat je ze lekker staan. Maar als ze liggen te verstoffen (en wees eerlijk, waarschijnlijk is dat zo), kan de inhoud net zo goed in het grote archief gestort worden.

Ook het opsporen en verwijderen van oude junkmail en andere overbodige post die nog ergens in je mailbox verscholen ligt is niet nodig, zegt Drijver. Bijna alle e-maildiensten bieden genoeg opslagruimte om hele jaargangen aan webshop-nieuwsbrieven in op te slaan. Ze liggen niet in de weg en je hoeft ze nooit meer tegen te komen. Wil je toch graag ruimte maken, dan biedt wederom de zoekfunctie uitkomst. Met de term ‘unsubscribe’ of ‘uitschrijven’ hengel je de nieuwsbrieven eruit. En door te zoeken op mails met bijlagen groter dan 2MB kun je snel de grootste bestanden verwijderen.

5. Houd het bij

Nu je inbox leeg is, is het natuurlijk zaak dit zo te houden. Zorg dat je je mailbox altijd leeg achterlaat en loop wekelijks door de mappen om te kijken of je iets hebt gemist en om inmiddels afgehandelde berichten te archiveren. Is het toch weer een rommeltje geworden, pas dan de ‘terug van vakantie’-aanpak toe.

Over vakantie gesproken: bang om na een ontspannend verlof weer de werkstress in gekatapulteerd te worden door een ontploffende mailbox? Dan geeft Jelle Drijver nog de tip om, zeker als je langere tijd weg bent, in je out-of-office-reply te vermelden dat alle in die periode ontvangen berichten helemaal niet gelezen zullen worden, met het vriendelijke verzoek om voor belangrijke zaken na de vakantieperiode nog eens te mailen. ‘Zo leg je de verantwoordelijkheid bij de ander en zul je zien dat de meeste mensen in de tussentijd zelf op zoek zijn gegaan naar een andere oplossing.’

Je hoeft natuurlijk niet daadwerkelijk alle mails ongelezen weg te gooien, maar het geeft rust te weten dat je niet overal op terug hoeft te komen. En je hebt binnen no time weer een lege brievenbus.

Stel standaardantwoorden in

Stuur je vaak min of meer hetzelfde mailtje? Dan kun je tijd besparen door standaardantwoorden aan te maken, waarin je alleen nog maar enkele details hoeft in te vullen. En ja, dit is ook sneller dan het opzoeken en copy-pasten van een eerder verzonden mailtje.

6. Voor wie het aandurft: geen ongelezen e-mails meer

Wat het beleid rondom ongelezen berichten betreft zijn er twee soorten mensen op de wereld: degenen die ongelezen berichten zo snel mogelijk lezen, of in ieder geval openen, om dat vervelende rode bolletje of die vetgedrukte (1) weg te krijgen, en zij die dat getal gerust laten oplopen in de honderden of zelfs duizenden. Die alleen de relevante berichten openen en de rest onaangeroerd laten.

Voor de eerste groep, de mensen die getergd worden door rode bolletjes met cijfertjes erin, heeft Richard Wolfe een ietwat gewaagde oplossing (‘dit vinden mensen altijd heel eng’): alle binnenkomende mails direct laten markeren als gelezen. Dit kan door in het instellingenmenu een filter (Gmail) of een regel (Outlook) aan te maken. Zo zien al die nieuwe berichten er een stuk minder urgent uit. Je hoeft niet bang te zijn om iets te missen als je je aan de regel van de lege inbox houdt. En heb je meteen nog een belangrijke reden om die plek voortaan opgeruimd te houden.

Categorieën
Columns & Opinie

Het nut is verslagen door luxe en design bij de nieuwe Volvo – Bas van Putten

Volvo’s kun je tegenwoordig recenseren voor je er een meter mee gereden hebt. De huisstijl is een copypaste-totaalpakket. Je kent dashboard, interieur, automaat en motoren van de S90 en V90, de XC40, XC60 en XC90. Je weet hoe ze rijden, niet te hard en niet te zacht. Hoe ze sturen, niet te scherp en niet te week. Hoe ze ruiken en voelen: heerlijk.

Ook de nieuwe V60 heeft het moeilijk te beschrijven Volvo-DNA dat de transitie van elitebaksteen naar shiny executive hoopgevend heeft overleefd. Achter de premium-façade van chroom, hout, aanraakschermen en wit leer waakt degelijke Zweedse orde over de rustgevende synergie tussen mens en auto. Het fijne grote touchscreen met vrijwel alle bedieningsfuncties is de witte raaf in zijn rampengenre. Het oude welbehagen is geconserveerd, die merkcultuur van meesterlijke stoelen en vijfsterrenzorg voor de inzittenden. Op een iets te snel genomen verkeersdrempel worden spontaan de gordelspanners aangetrokken. Dan weet je dat die auto om je geeft. Mooi is hij ook nog.

Een moeilijk te verwerken stijlbreuk is de motor. Hij is het sporthart in een seniorenlijf. Het is een tweeliter viercilinder turbo met 310 pk, het lijf een vierwielaangedreven station met een leeggewicht, hallo, van 1724 kilo. Op papier mankeert aan de prestaties niets. De trekkracht van 400 Newtonmeter zou voldoende moeten zijn. Zolang je niet het uiterste van hem vraagt, is de V60 inderdaad een kalme, stille auto. De pijn zit in de kramp waarmee de turbo zijn vermogen levert als dat wél moet. Dan schoffeert hij bruusk de zachte, adellijke toon van de klassieke vijfcilinders die Volvo wegens te hoge emissiewaarden uit productie heeft genomen. Bij vol optrekken verslikt de achttraps automaat zich in de ongewenste plicht tot harde actie en het met turbo-hightech opgeblazen miniblokje ridiculiseert het standsgevoel met proletarisch blèren. En dan is dit nog wel de krachtigste benzine-variant. Cultuurloze testosterontechniek.

Royale vijf- en zescilinders? Afgeschaft. Alle leverbare motoren zijn tweeliter viercilinders, diesels en benzines in twee respectievelijk drie sterktegraden, plus een plugin-hybride. Die downsizing had met lichtere modellen vast milieuwinst opgeleverd, maar het structurele overgewicht van nieuwe Volvo’s heeft dramatische gevolgen voor de emissiewaarden; 171 gram CO2 per kilometer en een E-milieulabel zijn stevig en een niet gering praktijkverbruik van krap aan 1 op 10 maakt het nog erger. Financiert Volvo zijn kostbare elektrificatieplannen soms met een moratorium op gewichtsbesparende technologie? Neem dan in godsnaam maar een diesel, die loopt rustiger. Het regenwoud was toch al dood.

Niet meer voor de Volvo-hoogleraar.

Hoe relatief is vooruitgang. Net kocht ik uit nostalgie mijn vierde Volvo, een S60 T5 van 2001. De wittebroodsrit was een leerzame ervaring. De grote turbo-vijfcilinder klinkt altijd beschaafd en stressvrij. Hij haalt op lange reizen 1 op 13. Hij zit zo goed als een nieuwe. En hij is véél sneller. Als reiswagen is het tweedehandsje op majeure punten te verkiezen boven de V60. De met hightech volgestouwde test-V60 schuift zevenentachtig mille; de Volvo-hoogleraar van vroeger koopt maar een Renault. De mijne kreeg ik inclusief wit leer, automatische klimaatregeling en de voortreffelijke stereo voor vijf mee. Daar wil ik die bemoeizuchtig meesturende assistentiesystemen wel voor missen. Het Zen-gevoel kan zonder.

Welke plaats heeft de V60 in een gamma dat tot dusver op grote, functionele stations leunde? Hij verstouwt 120 liter meer bagage dan zijn voorganger, die er uitsluitend voor het oog was. En met zijn rechte achterruit lijkt hij meer op een station dan de grotere V90. Maar geen van beide kunnen ze tippen aan de 1.600 liter opslagruimte van de vorig jaar gesneefde V70. Bij de haast even lange V60 zijn het er 1.364. Teleurstellend.

Van de 1.82 meter lange laadvloer gaat het gat tussen voorstoelen en achterbank nog af. Wel is de vloer vrij vlak, zodat ik er met opgetrokken knieën kantje-boord de nacht kan doorbrengen. Veer met beleid op uit een nachtmerrie, het dak is laag. Op handen en voeten zit ik met mijn rug al tegen het plafond, waar natuurlijk nog wel plaats was voor twee premium-luidsprekers plus panoramaschuifdak. Behalve in het zitcompartiment, dat voor en achter ruim is, werd het nut met modieuze glans door luxe en design verslagen. Voor ruimte mag de Volvorijder à raison van minstens 76.000 euro naar een XC90 uitwijken. Die Gooise SUV slikt alles, maar was de Grote Stationcar niet altijd Volvo’s handelsmerk? Einde oefening. Te gewoontjes.