Categorieën
Columns & Opinie

Naturel wel – Marcel van Roosmalen

We kregen een televisieproducent op bezoek. Wij kenden hem niet, hij ons wel. Slechte timing, de vriendin moest ’s avonds op televisie, een grappig toeval, en ik had er al een dag met de kinderen op zitten. De vriendin vroeg zich hardop af welke gek met ambities dit allemaal zo gepland had, en of het nog af te zeggen viel, maar hij stond al in de file.

„Echt, zoals het leven zelf”, concludeerde de televisieman, terwijl hij op halfhoge laarzen over de troep in onze huiskamer stapte.

Dat was dan het leuke aan die beroepsgroep: televisieproducenten vinden niets vreemd. Als er overal stukken rauw vlees hadden gelegen was hij er ook overheen gestapt. Een ontmoeting is altijd oriënterend, ze doen maar wat en denken daarbij hardop.

Hij had zelf ook nog geen idee wat hij eigenlijk bij ons deed, behalve dan dat hij beroepshalve altijd geïnteresseerd was in ‘tegengestelde karakters’.

We moesten maar gewoon naturel doen.

Wij naturel. De kinderen ook naturel.

Hij telde er twee, twee meisjes.

Ik telde er ook twee, de een gooide de ander tegen een lamp.

Ze kroop huilend bij haar moeder op schoot.

„Sorry hoor”, riep de vriendin, „het is een soort van spitsuur. En ik moet zo weg.”

„Spitsuur, net als op de weg”, zei ik. „Jij stond toch juist ook in de file?”

Er was niemand die om dat grapje lachte, maar naturel was het wel. Een kort gesprek over ambities, waarbij heel naturel een koffiekopje werd omgestoten.

De vriendin ging een lapje halen.

Bij hem thuis was het ook een troep, zei hij ondertussen, we hoefden ons dus nergens voor te schamen.

De dochters van twee en vier sloten de gordijnen en deden de lampen uit. Toen zaten we in het donker.

Ik probeerde een gordijn open te doen, maar daar hing de oudste met haar hele lichaam aan. Ik trok haar eruit, ze brulde van zoveel onrecht.

De jongste dochter roofde zijn stroopwafel. De oudste tekende in zijn kladblok. Ik zette kindermuziek aan.

‘Handjes draaien’ van K3, niet mijn favoriete nummer.

De oudste zette het geluid op 51, de jongste draaide daadwerkelijk met haar handjes. Ze waren door het dolle nu.

„Heb jij ook kinderen?” schreeuwde ik.

Ja, iets ouder, maar niet minder druk.

Ik moest nog naar de supermarkt, de vriendin moest zich omkleden, we moesten kortom van alles, het was allemaal geen probleem. Misschien wilde hij nog eens afspreken, maar dan wellicht in een andere setting. „Minder naturel”, zei ik.

Toen hij weg was lag zijn kladblok er nog. Hij had Donald Duck getekend, niet onverdienstelijk.

De vriendin zei: „Alleen mensen met kinderen begrijpen mensen met kinderen.”

Categorieën
Columns & Opinie

Kinderverjaardag – Marcel van Roosmalen

De jongste dochter werd 1, ze had nu al meer vrienden dan ik. Veel meer vrienden dan we verwacht hadden ook. Wij kwamen nooit op kinderverjaardagen en hadden er een beetje op gerekend dat we met gelijke munt terug zouden worden betaald, maar dat was niet zo. Er kwamen zelfs mensen uit het dorp, de door ons zelf gebakken appeltaart viel van schrik uit elkaar. Op de grond krioelden vijf of zes kinderen over en door de jarige heen.

Ik probeerde wanhopig te communiceren met de volwassenen, wat niet ging omdat ze allemaal wel een kind hadden waar ze op moesten focussen. Alleen met mijn moeder had ik contact. Ze had de jarige een pratend paasei gegeven dat je kon verstoppen en dat dan uit zichzelf ‘ik ben verstopt hoor’ zou roepen, maar het cadeau zweeg nadat ze het had verstopt en dat lag niet aan haar gehoorapparaat.

Ik werd aangeroepen, de oudste werd in mijn richting geduwd. „Ruik jij effe of ze een volle luier heeft.”

Dat aan elkaars gat ruiken in gezelschap vind ik nog steeds moeilijk, maar om me heen keken ze er niet van op dat ik haar tot boven mijn gezicht tilde en nadrukkelijk snoof.

„En?” Ik: „Ja, ik denk wel dat er iets in zit.”

Met een tegenstribbelend kind naar boven, achtervolgd door twee kinderen waarvan ik de namen niet wist en waarvan ik hoopte dat ze niet achterwaarts de trap af zouden vallen. Op het verschoningskussen bleek dat er niet gepoept was.

Groot onrecht, dikke tranen.

Weer beneden genoot ik van de oudste die al de cadeaus uit de handen van haar zusje griste. Ik zag onder andere een plastic piano waaruit dierengeluiden kwamen, een auto met zwaailicht en geluidendoos voorbijkomen, daar gingen we nog veel plezier aan beleven.

Daarna het gevecht om aandacht.

Nadat de eerste gewonde was gevallen – hoofdje tegen een tafelrand – viel de oudste om de zoveel tijd om, waarna ze getroost moest worden. Ik was goed in troosten.

Zo goed, dat ze allemaal door mij getroost moesten worden, want ze begonnen allemaal om te vallen. Het grapje dat ik alleen mijn eigen kinderen troostte werd niet door iedereen begrepen.

Ik roerde door de koffie.

Ik leerde: als je even niets weet te zeggen doet de opmerking dat je nog steeds gestopt met roken het altijd goed.

Moe, maar tevreden in bed, dachten we kort dat er indringers in huis waren. Ik werd erop uitgestuurd. Op de gang lag een plastic paasei dat de hele dag had gezwegen maar nu niet meer kon stoppen met zeggen dat het gevonden wilde worden.

Categorieën
Columns & Opinie

Nick Cave – Marcel van Roosmalen

Nick Cave and the Bad Seeds deden de Ziggo Dome in Amsterdam. Op de dag van het concert belde de vrouw met wie ik in een ander leven samenwoonde in een kamer van twintig vierkante meter in het centrum van Nijmegen. Met haar twee katten, waarvan de oudste een darmprobleem had. Ik kon me weinig activiteit herinneren, behalve dat we zo vaak naar de cd The Good Son luisterden, dat ik me met terugwerkende kracht kan voorstellen waarom de andere bewoners van dat pand er gek van werden.

Ze had kaarten.

„We gaan”, zei ze beslist, alsof het weer 1990 was en we ieder moment naar kelder café Gonzo konden vertrekken. Volgens mij smeerden we toen zeep in onze haren.

Ze kwam in haar Volkswagen.

Ik had om in de sfeer te blijven maar iets met veel groenten gekookt, de maaltijden hingen toen van preitaarten en bietenschotels aan elkaar. De Vriendin parkeerde de jongste op haar schoot, een gesprek voeren ging niet met twee kleine kinderen erbij. Op de fiets van mijn huis naar de Ziggo Dome. Mijn idee: ik zei dat dat het meest praktisch was.

Het regende, ik kreeg een klapband. Dat was dan nog wel steeds hetzelfde, merkte ze iets te terloops op, dat al mijn goede ideeën altijd eindigden in chaos. Ze had zich vooraf veel van de avond voorgesteld, maar niet dat we ergens tussen de weilanden bij Duivendrecht in de stromende regen met een kapotte fiets zouden staan.

Bij de ingang vonden ze haar handtas te groot, toen de woede daarover gezakt was vonden we onszelf terug op de eerste ring, tussen zeventienduizend andere ANWB-leden op stoeltjes met kussentjes. We moesten alle twee een bril op omdat we het podium anders niet konden zien.

Eigenlijk was alleen Nick Cave niet ouder geworden.

Zij moest vier keer naar de wc.

Bier kostte anderhalf muntje.

Tijdens de laatste nummers werd het podium ingenomen door oudere jongeren, die hun leeftijd van zich af probeerden te dansen. Na afloop tussen mensen die het net als wij intens en schitterend hadden gevonden. Bijna iedereen was gestopt met roken.

De volgende dag meldde ze dat pas ze om twee uur ’s nachts haar auto in de vinexwijk parkeerde, vroeger begon het toen. Ze was geen muziek meer gaan luisteren, uit respect voor man en kinderen.

Het was fijn dat we gegaan waren, vooral omdat we anders spijt hadden gehad.