Categorieën
Columns & Opinie Mensen Werk

Thuis werken met je familie – dat is de hel – Japke-d. Bouma

O jongens ik had er zo’n zin in – thuiswerken. De aanleiding was natuurlijk afschuwelijk, en ik ben de laatste die lichtzinnig zou doen over de coronacrisis, maar stiekem voelde ik dat ik het land weleens wat zou laten zien als we massaal gedwongen werden om thuis te werken. Dan zou binnen een week al duidelijk worden hoe heerlijk dat is en zou deze nachtmerrie uiteindelijk louter goeds opleveren – waardering voor het thuiskantoor, productieve, gelukkige, blakende, vrolijke werknemers en weg met de kantoortuin!

Daar wezen de eerste antwoorden ook op, toen ik informeerde op Twitter hoe het thuiswerken beviel. Gelukzalige foto’s van katten op toetsenborden, sokken op de bank, voeten op de kachel, honden met de kop op schoot.

Mensen die in een dag thuiswerken afkregen waar ze in de kantoortuin minstens drie weken voor nodig hadden. Mensen die voorzichtig opperden of ze, ook na de crisis, een paar vaste dagen mochten thuiswerken.

Uitgeruste kantoortijgers die niet meer elke dag anderhalf uur in de file heen en terug hoefden en zich afvroegen hoe ze dat ooit hadden volgehouden. Überhaupt minder files. Schonere lucht.

Vergaderingen die ineens in een kwartier bleken te kunnen waar vroeger minstens een uur voor stond of nog beter: een mail in plaats van een ‘mieting’. De geweldige koffie thuis, de stilte, zelfs zonder koptelefoon. „Agilefree tot april, heerlijk!” vond een lezer.

Vertedering over een teckel die blaffend door het huis rent op zoek naar de bron van de stemmen van collega’s die hij op de speaker hoort. De wasjes die je tussendoor kunt draaien. De eitjes die je kunt bakken. De badjassen. Dat je een wijntje open kunt trekken tijdens werktijd (naam bij redactie bekend). „Opvallend hoeveel mogelijk is”, schreef iemand, „als niet iedereen er eerst een plasje over hoeft te doen”.

Natuurlijk, er waren wel wat mensen die pruttelden over het overbelaste netwerk. Dat ze zich ontheemd voelden zonder kantoor. Dat ze in een ‘stand-up’ via Skype niet konden controleren of iedereen ook écht stond. Dat ze te veel snoepten en dat de iPad steeds in de boter viel. Maar die waren in de minderheid. De rest begon langzaam het licht te zien. Er waren er zelfs al die opperden om kantoortuinen om te bouwen tot woningen, ik genóót.

Maar toen begon het. Echtparen die zich aan elkaar begonnen te ergeren. Ruzie over de muismat. „Mijn man blijkt alleen maar thuis te kunnen werken met de televisie aan!” „Mijn man zegt ineens ‘we gaan het probleem platslaan’!” „Mijn man zit al vanaf 7.00 uur vanochtend onafgebroken te bellen!” Irritaties over niet-afgewassen kopjes.

„Samen thuiswerken”, schreef iemand, „hoort in het rijtje ‘samen een Ikea-kast in elkaar zetten’, ‘samen met de boot door de sluis’ en ‘samen naar een vakantieadres navigeren’.” Er waren al mensen die een belcel begonnen te timmeren in de tuin en de eerste echtscheidingen werden stiekem aangevraagd.

Maar de genadeklap kwam zondag, amper één werkdag na de afkondiging van het verplichte thuiswerken. Toen gingen de scholen dicht en veranderde de thuiswerk-utopie in een nachtmerrie.

Want met je levenspartner thuiswerken is al een ‘uitdaging’, met je héle familie is het de hel, zo bleek al heel rap. Lezers begonnen in snel tempo noodberichten te sturen.

De Duplo waar je nu nog vaker je tenen aan openscheurt. De lamlendige pubers die voor je voeten liggen. Kinderen die met stift op de muren kalken terwijl jij in je joggingbroek een scrumsessie probeert te leiden. Dat je geen porno meer kunt kijken omdat iedereen om je heen hangt.

Iemand die spullen op kantoor mocht ophalen, schreef: „Nooit gedacht dat ik zo verlangend naar mijn bureautje zou kijken. En dat na één dag thuiswerken!” „We moeten afspraken gaan maken”, schreef een ander, „want anders hangt het bloed binnen een paar dagen aan de muur”.

En zo wordt al na twee dagen verplicht met kinderen thuiswerken de tweedeling zichtbaar: mensen zonder kinderen krijgen tijdens hun thuisretraite allemaal briljante ideeën voor boeken, trainingen, kunnen uitslapen en tikken rapporten af die al maanden lagen te wachten – de ouders zijn het kind van de rekening.

Toen ik maandagavond de premier het volk zag toespreken, dacht ik dan ook: lieve Mark. Vraag álles van ons in deze sombere tijden. Vraag ons hospitalen te bouwen, dijken te verhogen, toiletpapier aan te voeren, wat dan ook. Maar vraag ons niet om thuis te werken met onze dierbaren.

Ik heb op dit moment maar één oplossing: óf alle kinderen afstaan voor adoptie, of alle ouders met speciaal verlof.

Leve het onderwijs sowieso.